Zoutloos brood & een Ikealamp onder een doos

‘Hebben jullie al ontbeten?’ vraag ik aan de kinderen in de kerk. ‘O. Dat is nou jammer. Ik heb heel bijzonder brood bij me. Ik koop anders altijd het allergoedkoopste brood in de winkel, maar dit is echt brood van Haafs. Heel duur brood. Extra lekker. Wie wil er een boterham?’
Nou is het brood dat ik bij me heb niet geheel toevallig zoutloos (de preek gaat over Matteüs 5), dus ik verwacht dat ze heel vies zullen kijken als ze het proeven. De meeste kinderen vinden het maar gek dat ik in de kerk boterhammen begin uit te delen. Die willen geen boterham. En de paar kinderen die wél een boterham nemen, beginnen met smaak te eten.
‘Proef je ook wat bijzonders?’ vraag ik.
‘Eh… nee.’
‘Ik proef niks.’
‘Het is koud.’
‘Het is lekker.’

Er is geen enkel kind dat het brood uitspuugt of zegt dat het hartstikke smerig is. Oké. Dan de dominee maar laten proeven. Gelukkig. Die werkt mee. ‘Er zit niet zoveel smaak aan.’
Een van de kinderen zit nog steeds het brood naar binnen te proppen. Ik ga ze maar niet mijn zoutloze boterhammen met jam laten proeven, want dan vinden ze het nog lekkerder.

Oké. Door naar de lamp. ‘Dit is mijn allermooiste lamp,’ zeg ik. ‘En als het avond is, dan zet ik hem aan, kijk zo. En dan doe ik er een doos overheen.’
Ik zet een doos over de lamp heen.
Gelukkig. Een klein meisje vindt het geen goed idee. ‘Maar als je er een doos overheen zet, zie je het licht niet!’
Pff. Kan ik toch nog iets uitleggen.

’s Middags na kerktijd maak ik wentelteefjes van de rest van mijn smerige dure brood. Met melk, eieren, suiker en een flinke lepel zout.

Delen: