Weet u hoeveel plas er in het zwembad zit?

Ik ben op schoolbezoek in T, en ik heb geen idee hoe we erop komen, maar een van de jongens zegt: ‘Weet u hoeveel plas er in een zwembad zit?’
‘Ik heb geen idee.’
’75 liter.’
‘Niet waar!’
Wel waar. Ze hebben het gehoord op het Jeugdjournaal. Ik geloof het niet. ‘Oké, jongens,’ zeg ik. ‘Doe allemaal je ogen dicht. En steek je hand op als je wel eens hebt geplast in het zwembad.’
De kinderen doen hun ogen niet dicht. Ze schamen zich helemaal niet. Nee hoor. De ene na de andere hand schiet omhoog. Bijna IEDEREEN plast wel eens in het zwembad. Zelfs de meester. De mééster?!
‘Vroeger,’ zegt de meester snel. ‘Toen ik klein was.’
‘Ik plas wel eens in zee…’ begin ik, want ik heb het gevoel dat ik dat wel kan opbiechten in dit gezelschap.
‘HAHAHAHAAAA!’
Wacht even. Lachen ze míj nou uit?
‘… maar in het zwembad? Dat is echt heel vies hoor, jongens. Ze zouden iets moeten uitvinden, dat het water helemaal paars wordt als je plast.’
Dat vinden ze een goed idee. ‘Of blauw.’
Ik probeer nog even op hun gemoed in te werken. ‘Ik zwem twee keer in de week, jongens. En elke keer krijg ik jullie plas in mijn mond.’
Dat is mijn eigen schuld. Moet ik mijn mond maar dichthouden onder het zwemmen.

Maar het kan altijd erger.

Delen: