Plagiaat & kangoeroes

Vorige week vertrok de helft van ons gezin naar Tasmanië. Dat was al een flinke aderlating. Maar vanaf vandaag zit TWEEDERDE van de familie aan de andere kant van de aarde. Het is saai hier. Niet dat mijn oudste zoon saai is. Zeker niet. Maar met z’n tweeën zijn we toch minder leuk dan met z’n zessen. En het is lastig. Ik kook te veel, er is bijna geen was en ik dweil vloeren die eigenlijk niet vies zijn.

Dick is vanmiddag naar Jakarta vertrokken, waar hij zes weken op de Setiacampus gaat wonen om colleges te geven en scripties te begeleiden. Ik zou het niet kunnen, eten, werken en slapen in een kantoortje tussen de studenten, een hurkwc met kakkerlakken, tussen de middag rijst met gebakken goudvis in vetvrij papier. Maar Dick doet dat gewoon. Hij is na tien jaar volledig ingeburgerd. Zo ingeburgerd dat sommige van zijn studenten gewoon plagiaat beginnen te plegen, onder het motto: ‘Ik dacht, Bapak is zo Indonesisch, Bapak is vaak nog Indonesischer dan wij, ik dacht dat Bapak het het niet erg zou vinden.’

De jongens voeren kangoeroes, aaien koala’s, gaan raften en gaan tussendoor ook nog gewoon naar school om science, art en math te doen. Hun gastouders – ze zitten in drie verschillende gezinnen – nemen ze overal mee naar toe, wassen hun kleren, sturen ons foto’s en mailen dat we lovely boys hebben. Als we met ze skypen is alsof we ze al jaren kennen. ‘We hoorden dat je naar Indonesië gaat,’ zei een van de gastouders zaterdag tegen Dick. ‘We willen graag voor je bidden.’
En hij vouwde zijn handen en bad vanuit Australië voor Dick en voor ons en voor de jongens, zo gewoon alsof we samen in de kamer zaten.

Delen: