pijnlijk

De Kinderboekenweek zit er weer op, nou ja, niet helemaal, ik moet regelmatig een dagje naar een school of bibliotheek toe, maar hoe dan ook, er is weer tijd om te zwemmen. Nu ben ik daar behoorlijk goed in. Ik heb dezelfde coach gehad als Olivier van de Voort, de wereldrecorderhouder op de 200 en 100 meter rugslag, dus dan begrijp je het wel. Mijn vlinderslag is wat matig (eerlijk gezegd kan ik mijn hoofd maar nauwelijks boven het water krijgen om adem te halen, en dat wordt na een meter of tien toch problematisch), maar mijn borstcrawl, rugslag en schoolslag mogen er zijn, en ik vind het vreemd dat er niet regelmatig iemand zijn hoofd boven water steekt om te zeggen: wat hebt u een prachtige slag, hoe doet u dat toch. Of: ‘Hé, wat interessant, hebt u daar een echt zwemhorloge dat uw baantjes bijhoudt?’

Al die mensen in het zwembad – op de tijdstippen waarop ik zwem zijn dat meestal dames en heren van gevorderde leeftijd – hebben er geen idee van dat we eigenlijk wedstrijdjes aan het doen zijn, en dat ik voortdurend win. Dat vertel ik ze ook niet. Maar soms zijn er van die snelle zwemmers die volgens mij eigenlijk stiekem professionals zijn. Vorige week bijvoorbeeld. Een slanke vrouw met prachtig grijs haar in zwart badpak. (ik dacht: daar hebben we Anke Kranendonk!). Ze versloeg me. Zonder dat ze er enige moeite voor deed. Ze gleed soepel door het water, en waar ik mijn benen tijdens het borstcrawlen vooral als roer gebruik en regelmatig uit de knoop moet halen, gebruikte zij ze als een soort buitenboordmotor. Ik had geen schijn van kans.
Vandaag zag ik haar in de kleedkamer. ‘Jij bent die snelle borstcrawler!’ zei ik.
Ze keek even om zich heen, maar er was niemand anders in de kleedkamer. En ze lachte. ‘Vind je dat? Ik heb een hersenschudding gehad, dus ik zwem niet zo snel.’

Ik had moeten beginnen over mijn blindedarmontsteking.

Delen: