Pien an de kont

‘Ik moet effe stoppen,’ zegt de oude meneer die aan komt fietsen. Hij slaat zijn oude been over het zadel heen. ‘Ik heb zo’n pien an de kont.’
Het gebeurt niet zo vaak, iemand die gezellig bij je op een bankje komt zitten. Eigenlijk hebben we het in drie weken maar één keer meegemaakt. Alleen bij deze meneer, ergens in Overijssel, die zo’n pien an de kont had. Hij is een jaar of tachtig, maar hij fietst nog veel, zegt hij. Zonder motortje. Een kilometer of veertig, vijftig, een paar keer per week, ja, vroeger reed hij meer. En hardlopen doet hij ook. Eén keer in de week, en dan rent hij zeven komma negen kilometer per uur. ‘Waarom ren je geen acht kilometer per uur, vragen mijn vrienden, maar ik zeg, dat doe ik niet, want als ik acht kilometer per uur ren, ben ik de volgende dag helemaal kapot, het moet echt zeven komma negen zijn.’

Je komt zulke aardige mensen tegen als je fietst. Of als je het Pieterpad loopt. ‘Willen jullie koffie voordat jullie gaan?’ vraagt de mevrouw van de caravan tegenover ons, als wij onze tent opbreken. ‘Ja, ik dacht, dat is wel het minste wat we voor jullie kunnen doen.’ Ze vertelt over de tochten die zij en haar man vroeger maakten, en we krijgen thee met een gevulde koek. We eten nooit gevulde koeken, maar nu mag het, want in deze vakantie verbranden we zoveel calorieën dat we die gevulde koek er binnen een uur weer af hebben gereden.

De bebaarde zeventigjarige meneer uit België, die in 22 dagen de 26 etappes van het Pieterpad loopt, in zijn eentje, met een rugzak van 20 kilo met een tent en een kookstelletje en sigaartjes. Ja, dat is wel zwaar, maar hij is ook al naar Santiago gelopen, en toen had hij ook zo’n rugzak op zijn rug.

De oude heer in Boxmeer, die net een visje heeft gegeten en ons zoekend ziet rondlopen en vraagt waar we heen moeten. ‘Naar het busstation,’ zeggen we. We hebben net 21 kilometer gelopen, en we proberen terug te komen bij onze camping. ‘Nee, waar moeten jullie héén?’ ‘Naar Sambeek,’ zeggen we. ‘Stap maar in.’ Bijna tachtig is hij, een professor van de Radboud Universiteit, die nog steeds werkt, maar nu twee weken vakantie heeft omdat de universiteit gesloten is. Hij vertelt zo enthousiast over zijn onderzoek dat ik gewoon zin krijg in oud worden. Heerlijk, zulke mensen.

Delen: