Onderzeeër

We gaan een week naar Texel, Dick en ik. Het stormt, er is natte sneeuw, het regent en het is grijs. Heel af en toe breken de wolken open en vlaagt het zonlicht over de weilanden. We zwoegen tegen de storm in, we lopen hard, we worden het ene moment voortgeblazen en het volgende moment terug geduwd.
Het is 52 jaar geleden dat ik hier voor het laatst geweest ben. Mijn vader studeerde nog in die tijd. Hij en mijn moeder hadden drie kinderen en bijna geen geld. Maar ze hadden in het voorjaar een artikel geschreven over een mini-onderzeeër met vensters en grijparmen, die tot 5 kilometer diepte kon. En die onderzeeër was toevallig net in het nieuws: ze hadden er een in de Middellandse zee gevallen waterstofbom (door mijn vader ‘H-bom’ genoemd) mee teruggevonden. Heel veel kranten wilden het artikel hebben. Mijn ouders verdienden er 1800 gulden mee. ‘Laten we op vakantie gaan,’ zeiden ze elkaar. En ze huurden een caravan op camping De Bremakker op Texel, en stapten met drie kinderen in de trein richting Den Helder. Ik was vier, dus veel weet ik er niet meer van. Maar ik herinner me nog wel dat ik op een dag tijdens die vakantie een paraplu kreeg. Een echte kinderparaplu. En tot mijn onuitsprekelijk geluk ging het diezelfde dag nog regenen, zodat ik hem meteen kon uitproberen. Later hoorde ik dat het die vakantie elke dag regende.

Een andere herinnering: ik zit achterop op de fiets, achter de rug van mijn moeder. In de stromende regen rijden we langs weilanden in de richting van de veerboot. We zijn doorweekt. Uiteindelijk wordt het mijn ouders te gek. We stoppen bij een boerderij, mijn moeder vraagt of we even mogen schuilen. In een vreemde woonkamer kamt ze mijn haar, maakt er een scheiding in en doet het in twee nette staartjes – kwikjes genaamd.

Het was de dag, hoorde ik jaren later, waarop mijn vader zijn bul kreeg. Mijn vader, het twaalfde kind, de jongen die op de lagere school al een radiootje en een morse-apparaat in elkaar knutselde, en die een droom had: ingenieur worden. Er was geen geld voor een studie, hij moest na de mulo meteen aan het werk. Maar in de avonduren deed hij eerst de hbs en daarna de hts. Hij werkte jaren in Eindhoven bij Philips, en hij spaarde net zo lang tot hij eindelijk naar de TU kon.
Daarom gingen we middenin de vakantie met de fiets en de boot en de trein terug naar Delft. Omdat mijn vader zijn diploma gehaald had.

Delen: