Moederdag

In 1993 kochten we een boekje met een routebeschrijving van het Pieterpad, een tent van een kilo of zeven, twee lichtgewicht slaapzakken, een grote rugzak en twee paar wandelschoenen. Maar er kwam het een en ander tussen, zodat het 24 jaar duurde vóór we op pad gingen. Afgelopen zaterdag hebben we eindelijk de eerste etappe gelopen, van Pieterburen naar Winsum. Zonder tent, zonder slaapzakken, met een klein rugzakje. Het was fris, maar de zon scheen, de bermen stonden vol bloeiend fluitenkruid, er werd gras gemaaid, een tractor trok voren over het kale land. We aten krentenbollen en dronken thee in de zon, we liepen langs een trekvaart en we dachten, dit doen we voortaan elke zaterdag. Trouwens, in de vakantie kunnen we het ook doen, dan lopen we gewoon door.

Toen we in de trein naar huis zaten, dacht ik aan de taart die ik nog wilde bakken. Eigenlijk was ik behoorlijk moe, maar op zaterdag hoor ik iets lekkers te bakken, en stofzuigen en schoonmaken wilde ik ook nog. ‘Ik stofzuig wel,’ zei Dick. ‘Nee, dat hoeft niet,’ zei ik, want als Dick stofzuigt doet hij het zo goed dat hij veel te lang bezig is. Ik wil hem mijn schoonmaakdwang niet opdringen.

Wat ruik ik toch, dacht ik, toen we thuis kwamen en de bijkeuken binnenliepen. Het lijkt wel taart. Het was taart. Die lieve jongens. Die dachten dat het de volgende dag Moederdag was, dus ze hadden spullen gekocht en cake en taart gebakken. ‘De bovenkant is wel een beetje verbrand, want er stond op de verpakking dat het zestig minuten moest, maar dat heb ik er vanaf gesneden.’ Ik kreeg er ook twee potten met rozen bij. ‘En zullen we je ook vast je cadeautje voor je verjaardag geven, mam? Ga middenin de tuin staan en doe je ogen dicht.’

Ik ging middenin de tuin staan met mijn ogen dicht, en ik hoorde de jongens dichterbij sluipen, en toen mocht ik mijn ogen opendoen, en ik zag mijn cadeautje. Een selfiestick, met mijn eigen mobieltje eraan vast. ‘Lachen, mam!’

 

Delen: