Lan-party & ski biscuit

De wekenlange afwezigheid van man & drieling heeft ook voordelen. Zo spoedt mijn manuscript zich naar het einde, en heb ik de trap eindelijk kunnen verven. Heel voorzichtig, om en om, een stickertje op de treden waarop we konden lopen. Maar zelfs met één kind kan het dan nog misgaan.
‘Hé, R., kom je eten?’
‘Ik kom. K#*T! Mam, er zit nu een zwarte voet op de trap. O, en mijn voet is wit.’ 

Traptree overschilderen, kwast weer schoonmaken, voet en handen ontdoen van witte verf.
Maar uiteindelijk, na drie dagen, is de trap weer wit. En droog. Tijd voor een feestje. Een LAN-party.
R. nodigt een paar vrienden uit, maakt bedden op, bouwt de woonkamer om tot een computerhal die niet zou misstaan in Silicon Valley en bakt een gigantische pizza. Ik mág blijven eten, maar misschien wil ik liever bij opa en oma eten? Natuurlijk. Dat wil ik veel liever.
Als ik tegen half negen thuiskom, sluip ik door de huiskamer – waar de jongens naast elkaar aan hun computers zitten en in het Engels overleggen over Age of Empire – naar boven, skype met zoons in Australië (ze hebben geskibiscuitted, een interessante sport waarbij je bovenop elkaar op een vlot liggend over het water scheurt), kijk een film en val halverwege in slaap.
Als ik om half negen ’s morgens beneden kom, is het of de tijd heeft stilgestaan. De gordijnen zijn nog dicht, de lichten zijn aan, de computers zijn in vol bedrijf. Nee, ze hebben niet geslapen. Om vijf uur besloten ze dat het niet meer de moeite was.
Ik neem mijn ontbijt mee naar boven, lees de krant en hoor ze weggaan. Van beneden komt de lucht van bacon & eggs.

Delen: