kapotter dan kapot

Het is een wanhopige zoektocht. Hij ligt niet naast mijn bed, niet op mijn bureau, niet in de keukenla, de wasmand, de doos met kerstspullen. Ik weet zeker dat hij er nog was, gisteren. Zou er een dief geweest zijn die ons huis is binnengeslopen alleen voor een ouwe iPhone 3gs, die op gezette tijden zomaar uitvalt, bij voorkeur als je in de trein naar Amsterdam zit en je kinderen moederziel alleen thuis hebt gelaten?
Niet in de wc, niet in de badkamer, niet onder het bed van Justin en niet in de la met SSS-contracten en ganzenveren. De koelkast? De bestekla? Achter de pianoklep? Tussen de kussens van de bank? Alles is mogelijk. Ik heb gisteren in een roes zitten schrijven, en ik kwam er pas ’s avonds achter dat ik mijn iPhone de hele dag niet had gezien. 

Mijn vorige mobieltje heeft tweeëneenhalf jaar geleden het leven gelaten toen ik het in een hotel op Bali meewaste op de hand en dat was een prima excuus voor een iPhone. Die inmiddels een verlengstuk van mezelf is geworden. Mijn foto’s, mijn afspraken, mijn mail! Als hij maar niet in vreemde handen gevallen is! Ik bel mezelf op, maar in plaats van ‘have you seen the little piggies crawling in the dirt’ (het Beatlesnummer waaraan ik hoor dat ik door mijn kinderen gebeld word) hoor ik een vreemde vrouw zeggen dat dit nummer momenteel niet in gebruik is.
En dan, vlak voordat we de vuilnisbak willen leeghalen, werpt Dick een blik in de wasmachine. Daar ligt hij, helemaal onderin. Meegewassen met de lakens en de dekbedhoes. En kapotter dan kapot.
‘Koop je tenminste eindelijk een nieuwe.’

Delen: