honderd!

‘Hoeveel boeken hebt u geschreven?’ vragen ze op scholen waar ik via de Schrijverscentrale ben uitgenodigd.
‘Een stuk of zeventig,’ zeg ik dan.
‘Een stuk of tachtig.’
‘Ik denk dat het er ongeveer negentig zijn.’
‘Wat?’ zeggen de kinderen. ‘Zoveel?’
‘Maar het zijn niet allemaal dikke boeken hoor,’ zeg ik dan snel. ‘Er zijn ook boeken voor baby’s bij. En voor peuters. En prentenboeken.’
Ik laat een paar dunne boeken zien. Ja, dat snappen ze wel, dat je daar niet veel tijd mee kwijt bent.
‘En het is natuurlijk mijn werk he, schrijven,’ voeg ik er aan toe. ‘In de tijd dat jullie op school zitten, kan ik boeken schrijven.’
Ze begrijpen het volkomen. Want ze zitten lang en veel op school. Stel je voor dat je niet naar school zou gaan, dan zou je heel veel tijd hebben om te schrijven. Eigenlijk best een goed idee, schrijver worden.

De nieuwste juf Fiep is uit. Vanmorgen kwam de postbode een doosje brengen met auteursexemplaren. En toen ik mijn site aan het bijwerken was, kwam ik erachter dat De dikke Fiep mijn honderdste boek is.

Honderdste boek? Ja, nee, niet dat ik nou honderd boeken geschreven heb. Dit is een verzamelbundel. Vier boeken die niet meer te krijgen waren zitten nu gezellig bij elkaar in een dikke band, en Marja Meijer heeft er een heerlijk nieuw omslag bij gemaakt. Dus. Voor iedereen die nou eíndelijk wil weten hoe juf Fiep in de pan van een reus terecht kwam, bijna werd opgegeten door een beer, werd geschaakt door een jaloerse graaf of een bankoverval verijdelde, dat kan dus. Ga naar de boekhandel of bestel hem HIER (en support daarmee je lokale boekhandel).

 

 

 

 

 

 

‘Hoeveel boeken hebt u geschreven?’
‘Een stuk of honderd. Maar dat valt best mee hoor. Ik ben al héél lang schrijver. Al 16 jaar. 16 jaar geleden, toen waren jullie nog niet eens geboren.’

 

Delen: