Halve van Haren

De laatste keer dat Dick meedeed aan een hardloopwedstrijd was in 2009, tijdens de Family Fun Run in Jakarta. Een maand geleden bedacht hij dat hij zich wel op kon geven voor de Halve van Haren. Niet dat hij ooit halve marathons gelopen had of dat hij al aan het trainen was, maar hé, het was in de buurt, dus waarom niet.
Dus hij gaf zich op, samen met zoon nummer 3, die ook wel houdt van een verzetje, en ze stelden een voortvarend trainingsschema op: elke zaterdag een duurloop van 15 kilometer, en dan nog twee keer in de week een kilometer of acht, en dan de laatste week een beetje taperen, dan zou het moeten lukken.
Leuk, dan ga ik meetrainen, dacht ik nog, maar binnen 5 dagen was ik al zo geblesseerd dat ik mezelf alleen nog maar op krukken kon voortbewegen. De nacht voor ze vertrokken droomde ik dat ze halverwege moesten opgeven met koorts.

Het was een frisse, zonnige lentedag, uit heel de provincie waren lopers naar het dorp gekomen en ze zetten hun auto’s in de bermen, midden tussen de paarse en gele krokussen en ze aten bananen en ze deden allemaal belachelijk vrolijk en blij. Man en zoon spelden hun startnummers op hun oude hardloopshirts en ze renden samen naar de startplek toe. Helemaal naar het Vijftigbunderbos in Noordlaren moesten ze. Zelfs met de auto is dat een heel eind. Ik maakte me zorgen, want ze hadden geen mobieltjes bij zich, hoe en waar zou ik ze moeten ophalen als ze zouden bezwijken?

Ik deed boodschappen en bakte een boterkoek, want ik had het idee dat ze erg veel calorieën zouden verbranden, en zelf houd ik ook nogal van boterkoek, ook al verbrandde ik helemaal geen calorieën, en toen was het al tijd om ze op te halen. Ik was nog maar net op tijd, want ze hadden veel sneller gelopen dan ze gedacht hadden (1.48.17). Ze zagen er fris uit, maar ze klaagden wel over spierpijn. En honger, dat hadden ze ook.

vóór
na

 

 

 

 

 

 

 

Delen: