en verder niets

Het is de mooiste dag van het jaar. 26 februari 2019, stralende zon, bijna 20 graden. De kinderen van CBS de Höchte, de school waar ik voor het tweede jaar Schoolschrijver ben, rennen door het bos, ze klimmen op omgevallen stammetjes, ze aaien over het mos, hurken neer bij een paar kleine paddenstoelen. Ze hebben een map en een potlood bij zich, ze schrijven op wat ze zien, wat ze horen, wat ze ruiken en voelen. De kale stammen. De ruwe schors. Het mos, dat zacht en koel is. De warmte van de zon die tussen de kale stammen doorschijnt. Het geritsel van dorre blaadjes, het knappen van een tak. ‘Voguls’ schrijven de kinderen uit groep 3 op. ‘Arent. Spegt.’

 

Hier is Rosa naar beneden gevallen,’ zeggen de meisjes uit groep 8. ‘Kijk, uit deze boom. Ze zat vijf meter hoog en ze is naar beneden gevallen. En toen bleef ze wel een minuut liggen, kijk hier. En toen viel er nog een tak op haar.’

 

We gaan terug naar de klas. De kinderen schrijven gedichten*.

Ik alleen in het bos
het rode bos
gele vlinder
boomen
en verder niets
geritsel in de bladeren
ik loop en kijk omhoog
mos en blad
en verder niets

 

 

 

 

 

 

 

 

 

* imitatio-gedichten, geïnspireerd door ‘Fiets’, een gedicht van Gil van der Heyden.

Delen: