Dik en lelijk

Noem van jezelf een eigenschap waar je trots op bent.’ Dat is de opdracht die we krijgen bij het stukje uit de bijbel dat we net gelezen hebben.
Een eigenschap waar je trots op bent? Dat moet je dus niet vragen aan een vijftienjarige. Die gaat echt niet lopen opscheppen over zichzelf.
Maar ze moeten wel weten waar ze trots op kunnen zijn, vinden we. En dus proberen we het een dag later opnieuw. Iedereen moet over één ander gezinslid vertellen wat ze bijzonder aan hem of haar vinden.
Oké. Dat is een stuk eenvoudiger.

‘Jij bent dik en lelijk en niemand mag jou.’
‘Jij bent ook dik en lelijk. EN niemand mag jou.’
‘Jij bent alleen maar lelijk.’
‘Oooo, burn!’
‘Kom op, jongens, even serieus.’
Het duurt even, maar dan sommen ze toch wel op waar hun broers goed in zijn. In wiskunde en in tekenen. In gitaarspelen. In wiskunde.
‘Ja, maar dat is alleen maar wat je kunt. Je moet ook eigenschappen noemen.’
‘Oké, nou, Joël is heel sociaaaaaal.’
‘En Richard is behulpzaam.’
‘En mama?’
Zoon nr 2 denkt even na. ‘Nou ja, jij kunt best wel goed boeken schrijven, tenminste, dat denk ik, want ik lees ze eigenlijk niet. En je bent best wel vrolijk, als je je antidepressiva niet vergeet.’

naar aanleiding van ‘Mosterd’, 26 weken (dag)boek, uitgeverij Plateau 2012

Delen: