Corien doet de biathlon

Ik wist het meteen toen ik vanmorgen de gordijnen opendeed. Deze lauwwarme nazomerdag mocht ik niet verloren laten gaan. Dit was een dag om te zwemmen.
Hoewel. Het was ook wel een dag om te lopen.
Wacht. Een soort biathlon, dat zou ik doen.
Ik bedacht een ingenieus plan. Ik zou in met de bus naar zwembad Lemferdinge in Paterswolde, daar zou ik 1 kilometer zwemmen (in het oude buitenzwembad waar ik als kind al zwom), en dan zou ik mijn hardloopspullen weer aantrekken en terug rennen, 8,5 kilometer. Wat is het toch heerlijk om zzp’er te zijn.
Ik stopte mijn bikini, mijn zwemkaart, mijn ov-chipkaart en mijn zwembrilletje in mijn Mary Poppins-achtige running belt, rende zo hard ik kon naar de bushalte, miste de bus en moest een half uur wachten. In de zon. Toen ik eindelijk in de bus zat, stapte ik op een verkeerd punt uit. Veel te vroeg. Ik zou nog 4 kilometer moeten lopen naar het zwembad. En de zon was al verdwenen.
Ik at een banaan. Ik plukte een paar bramen. En daarna rende ik maar gewoon weer terug naar huis, met mijn droge bikini en mijn zwembrilletje als rare uitstulpsels tegen mijn heupen aan, terwijl ik argeloze voorbijgangers de stuipen op het lijf joeg als mijn mobiel weer eens keihard riep: ‘ZOMBIES DETECTED!’

Morgen ga ik echt. Zwemmen.

Delen: