VanderVoort is chasing hard!

Het zal je maar gebeuren. Ben je al meer dan een jaar de beste van de wereld op de 100 en 200 meter rugslag. Laat je dat keer op keer zien door wéér een nieuw wereldrecord. Je traint je vijf jaar lang helemaal verloren, 24 uur of meer in de week, iedere dag, ieder weekend, je gaat op kamers terwijl je leeftijdgenoten allemaal nog thuis wonen, je kookt je eigen eten, je sjouwt met zware sporttassen, ’s avonds probeer je te leren, want je moet toevallig ook je havo-examen nog doen tussendoor, en als je eens weg wilt, moet je doorgeven waar je bent, voor het geval de dopingcontrole langskomt. Je lacht de zorgen van je moeder weg, want je hebt een droom. En dan, na vijf jaar, sta je in Rio. Het is je gelukt. Dit is jouw wedstrijd. Jouw slag. Jouw afstand.


Je weet dat je André Brasil, de grote favoriet, kunt verslaan in z’n eigen land. Als je niet gek laat maken. Als je gewoon je eigen race zwemt. Je komt binnen, doet je prothese af, springt in het water, je trekt je op. En dan klinkt het startsignaal, en je schiet omhoog, achterover, onder water, golvend als een dolfijn, en je komt boven en zwemt je race. De vlaggen. Je draait van je rug naar je buik, neemt het keerpunt. Nog vijftig meter. Die Oekraïense zwemmer die uit het niets is komen opdagen ligt voor. Hij is te snel. Maar je laat je niet gek maken. Je doet wat je moet doen. Je zwemt harder dan je ooit in je leven gezwommen hebt. Je verslaat Brasil. Je zwemt een nieuw persoonlijk record.
En je hebt zilver.
Wat een held ben je, als je dan zo sportief reageert. Zo waardig. Zo groots.

Delen: