Met een badmuts naar de Nacht van de theologie

Dresscode: feestelijk. Ik aarzelde tussen zomerjurkje en winterjurkje, en besloot tot winterjurkje met blote benen. Geen pumps. Alsjeblieft geen pumps. Ik vind het prachtig staan, maar ik begrijp niet waarom vrouwen vrijwillig een hele avond op hun tenen lopen. Ik zette streepjes boven en onder mijn ogen, smeerde nog wat zelfbruiner op mijn benen, lakte mijn teennagels, spoot her en der nog wat parfum en sprong op de fiets. Met een enorme tas met Topnerd Tycho‘s, die verkocht moesten worden op de Nacht van de Theologie, het grote jaarlijkse feestje voor alle theologen van Nederland.
Een feestje waar ik normaal niks te zoeken zou hebben. Maar Topnerd Tycho was genomineerd voor theologisch boek van het jaar, wat leidde tot opwekkende tweets als

Voor het eerst is een kinderboek genomineerd voor theologieprijs. De leugen moet en zal aan kinderen opgedrongen worden. #topnerdtycho

De nominatie van het boek van @ceesdekker en @corienoranje is het bewijs van het faillissement van de theologie.

De regen was nogal hevig, mijn jurkje was te kort voor op de fiets en ik was bang dat de zelfbruiner van mijn benen zou spoelen, maar ik had mijn paraplu nodig om mijn tien boeken te beschermen. Dus ik werd nat, maar mijn boeken bleven droog.

O, het glamoureuze leven van de genomineerde theoloog! Ik at in de trein mijn brood met appelstroop en mijn onrijpe banaan (‘en de tanden der kinderen zijn slee geworden’)

Ik onderwierp mijn handtas aan een inspectie en ontdekte: een vies gebaksvorkje, een opschrijfboekje, een krijtje, een SSS-contract, een opvouwbaar tasje, het nieuwste boek van Mireille Geus en een siliconen badmuts.

IMG_9365

Vooral met dat boek van Mireille was ik blij. ‘Een makkelijk kind’ is een echte pageturner. Ontzettend spannend en prachtig geschreven. Het was eigenlijk jammer dat de trein bij Zwolle was en dat ik over moest stappen. Ik had tot Maastricht willen blijven zitten om het uit te lezen.

Vanaf Wezep kon ik meerijden met uitgever Els de Jong. In Hilversum lag de rode loper al uit. En net toen Els en ik een selfie wilden maken, kwam Cees Dekker aansprinten. Ik had de zelfontspanner op 10 seconden gezet, en hij stak letterlijk in de laatste seconde zijn hoofd in beeld. 

De Nacht van de theologie was een soort avond in een café, gedempt licht, drank, muziek, lawaai en veel onbekende mensen. Andries Knevel en Annemiek Schrijver maakten een radioprogramma, of eigenlijk was het meer een tv-programma, want ze zaten aan de Tafel van Tijs, en er zwermden cameramannen om hen heen. Er was een bijbelquiz tussen protestanten en katholieken, en ook de vraag waarom je eigenlijk in God zou geloven, maar omdat ik in het cafégedeelte stond met mijn glas spa rood kon ik het allemaal niet zo goed volgen, en ook ben ik niet zo goed in onbekende mensen. Wat doe ik hier, dacht ik. Waarom ben ik zo ver van huis? En waarom houden al die theologen een feestje op zaterdagnacht? Morgenochtend moeten we allemaal weer preken! Of anders toch wel tenminste in de kerk zitten! En het is nog twee uur rijden! Minstens! Dick en ik vluchtten even naar de gang. Een aardige jongen kwam achter ons aan. ‘Mag ik u even vragen waarom u de zaal uitloopt?’ vroeg hij aan mijn echtgenoot. ‘Ik zag dat u uw handen voor uw oren hield.’
‘Ik vind het nogal een lawaai,’ zei Dick.
‘Is de muziek te hard?’ vroeg de aardige jongen ongerust.
‘Wij komen uit Groningen,’ legde ik uit. ‘Wij zijn boertjes van buutn.’

Gelukkig werd het toen ineens gezellig. De verkiezing van theologisch boek van het jaar begon, en alle schrijvers en uitgevers moesten naar voren komen, en we kregen lekkere hapjes en wijn, en Annemiek Schrijver liep langs met een microfoon en stelde de genomineerde schrijvers vragen als: ‘Waarom vindt u dat uw boek moet winnen?’ (antwoord: ‘Maar mijn boek hóeft helemaal niet te winnen.’) en ‘Hoe was het om met Cees Dekker samen een boek te schrijven?’

IMG_9372
De jury zei aardige dingen over alle vijf de boeken en maakte toen het winnende boek bekend. Ik had mijn kaarten gezet op Vreemdelingen en priesters van Stefan Paas (hierboven in beeld), maar het was Woestijnvaders van Matthias Rouw. We klapten allemaal, en ik at een heerlijk champignonsouffleetje, en toen nog een, en ik dronk een glas rode wijn. En toen mochten we weer van onze plek. Ik wrong me tussen al die mensen in het café door. ‘Kom,’ zei ik tegen Dick. ‘Laten we naar huis gaan.’

Delen: