25 jaar

Zelf vind ik tweeëneenhalf uur klimmen en dalen een behoorlijke prestatie, en ik vind het dan ook geen enkel probleem om de rest van de dag door te brengen in de zon, theedrinkend, lezend en kijkend naar de Sound-of-Music-achtige alpenweiden met lupines en margrieten en orchideeën, recht voor mijn neus. Maar de man met wie ik 25 jaar geleden EINDELIJK verkering kreeg houdt niet van stilzitten. ‘Als ik nou naar dat Joch klim,’ zegt hij om een uur of twee ’s middags. ‘Dat is viereneenhalf uur,’ zeg ik. ‘Als je tenminste met die gondel gaat.’ ‘Ha. Viereneenhalf uur. Wedden dat ik het sneller kan?’ ‘Je gaat toch wel met die gondel?’ ‘Ben je gek!’ ‘Moet je niet het nummer van de Bergrettungsdienst in je mobiel?’ probeer ik. ‘Wil je de gps mee?’ ‘Ha. Ik kán niet eens verdwalen.’ Hij stopt een fles water in zijn rugzak en vertrekt richting St Antonier Joch. Anderhalf uur later krijg ik een sms’je. ‘Ben op St Antonier Joch. In 1.25 minuten. Koud hier. Niet aan gedacht.’

Het is bijna vijf uur. Ik ga naar de Spar om boodschappen te doen, en krijg een sms’je dat hij er bijna is en of hij nog even boodschappen moet doen. Even later staat hij achter me in de rij. ‘Ik heb een beetje een andere route genomen,’ zegt hij opgewekt. ‘Er was een schaap.’ ‘Een schaap?’ ‘Ja, nou, eerst een adelaar. Ik dacht, ik ga nog even naar de Riedkopf, en dus wou ik over een bergkam, maar het was nogal steil, en toen ik halverwege was, kwam er ineens een adelaar, echt, anderhalve meter groot, die vloog vlak over me heen.’ ‘En wat moest die dan met dat schaap?’ ‘Nee, dat was even later. Ik wou over een paadje, maar daar kwam ineens een gigantisch schaap met jongen. Ik dacht, misschien is ie wel gevaarlijk met die jongen, laat ik maar een ander pad nemen. En dus kwam ik bij de Spar uit.’

Delen: