2 mijl (1)

(nee, dit is geen reclame. Ik word niet betaald.)

Duzzz. Ik kreeg een iWatch. Zomaar.
Van een ontzettend lief iemand, die nogal TEGEN Apple is, die weigert mee te doen met de iPhones, iPods of i-whatevers, en die zijn marathons rent met zijn Friese staartklok om zijn pols – o nee, een Polar. Hij had een iWatch gekregen en hij gaf hem aan mij.
En ik dacht dat het een banketstaaf was.

Nou heb ik al jaren geen horloge meer. Ik kan de tijd aardig bepalen aan de hand van mijn interne klok (tijd voor een koekje? Tijd voor een stuk kaas? Tijd om te gaan koken?). Maar die iWatch is dus nauwelijks een horloge. Dat is het ook wel, maar eigenlijk is het een soort coach die je de hele dag overhaalt om te gaan bewegen. In de drie weken dat ik hem heb, ben ik als een idioot bezig om allerlei digitale medailles te halen. De dag-van-de-aarde-medaille, als je een half uur fietst of rent in de buitenlucht. De twee-keer-je-bewegingsdoel-medaille. De drie-keer-je-bewegingsdoel. De lekker-bezig-medaille.
En daarnaast geeft ie je ook tikjes op je pols als je te lang zit. ‘Tijd om te gaan staan,’ zegt ie dan. ‘Blijf een minuut in beweging.’ En dan sta ik op en ren naar beneden om thee te zetten, en na een minuut krijg ik een heel aardig tikje op mijn pols. ‘Goed gedaan! Al weer een uur verdiend voor je sta-doel van vandaag!’
‘Tijd om even rustig adem te halen. Dan neem ik je hartslag op. Adem in. Adem uit.’

‘Weet je zeker dat je wilt fietsen?’ vraagt mijn echtgenoot.
‘Héél zeker,’ zeg ik. ‘Ik moet mijn dag-van-de-aarde-trofee verdienen.’
En dan fiets ik tegen de keiharde, ijskoude noordenwind in naar Groningen, terwijl mijn iWatch bijhoudt wat mijn hartslag is en hoeveel kilometer per uur ik rijd, en hoeveel calorieën ik verbrand. Waardoor ik weer weet hoeveel koekjes ik daarna kan eten.
Ik kan ook wel weer gaan hardlopen, dacht ik twee weken geleden. (wordt vervolgd)

Delen: