Zombies, run!

Een jaar geleden stond illustrator Marijke ten Cate op mijn stoep. Met haar hardloopkleren en een grote zwarte map. We zouden overleggen over een plan dat ze had. Een plan voor een hardloopboek, waarvoor zij de illustraties ging maken. Ze had schetsen bij zich: heerlijke, kleurige, losse tekeningen van blije, rennende vrouwen, in de regen, in de sneeuw, in het donker in de stad. Ik mocht de tekst schrijven. Marijke is een nogal fanatieke loopster. Ik niet. Ik kan niet hardlopen. Tenminste, dat zei ik altijd. Een drielingbevalling heeft me met een klein blaasprobleempje opgezadeld, laten we zeggen dat de sluizen nogal snel opengezet worden, en ja, bekkenbodemfysiotherapie heb ik gehad. Uitgebreid.

Maar vanwege het boek ging ik het toch nog één keer proberen. En ik vond het zo leuk dat ik veel te fanatiek van start ging. Binnen twee weken zat ik bij de fysiotherapeut met een knie die het niet meer deed. Zie je wel dat lopen niks voor mij was.

Na de zomer, toen het buitenzwembad dichtging, besloot ik tot een allerallerlaatste kans. Ik downloadde de app Fitop4, en ging heel langzaam opbouwen. Na 9 weken kon ik een half uur lopen. Een half uur! Ongelofelijk! En daarbij gaf mijn iWatch gaf behoorlijke snelheden aan, soms wel 12 kilometer per uur. ‘Nee mam, dat betekent dat je 12 minuten over een kilometer doet.’

Maar ik moest iets doen om te voorkomen dat ik inzakte nu ik eindelijk 30 minuten kon lopen. Redacteur/vriendin/loopster Janneke Burger vroeg me of ik ervaring had met Zombies, run. Nee, nog niet, maar wat een geweldige uitvinding! Een hardloopgame waarbij je iedere keer een missie uitvoert in een postapocalyptische wereld. Dus nu ren ik drie keer per week Haren uit, door de velden en langs het bos, over zandweggetjes en fietspaden, terwijl ik ondertussen kindertjes red of medicijnen ophaal uit een verlaten ziekenhuis, en ondertussen hoor ik steeds meer van het verhaal, dat geschreven is door een paar heel goeie scenarioschrijvers. En muziek van mijn playlist. Wat maakt het mij uit dat ik langzaam ren. Ik ren.

Mijn nieuwe missie was 8,4 kilometer. Ik heb nog nooit in mijn leven zo’n eind gerend, maar ik rekende uit dat dat precies het stuk van de kerk naar huis was. Als we nou voor één keer met de auto zouden gaan, en als Dick mijn kleren dan mee terug zou nemen, zou ik me na de dienst kunnen omkleden en van Groningen terug naar Haren kunnen rennen. In dat heerlijke vriesweer! De hele zaterdag verheugde ik me op mijn geweldige plan. Tot ik de deur uitstapte om even de weekendboodschappen te doen. Ik ging door mijn enkel en ik lag op straat. Aan de teleurstelling die me overspoelde toen de pijn op kwam zetten merkte ik hoe ik van het hardlopen ben gaan houden. En dat had ik nooit verwacht. Dat ik het echt leuk zou gaan vinden.

Ik houd me een paar dagen rustig. Tot mijn linkervoet wat minder dik is. Tot ik mijn enkel weer kan draaien. En dan mag ik weer. Heel voorzichtig.

 

 

Delen: