Ik wil een hardloopboek schrijven

‘Vertel het eens,’ zegt de fysiotherapeut.
‘Nou, ik ging dus hardlopen,’ zeg ik, terwijl ik mezelf moeizaam op een stoel laat neerzakken. ‘En het kan zijn dat ik mezelf een beetje geforceerd heb.’
‘En waarom ging je eigenlijk hardlopen?’
‘Ik wil een hardloopboek gaan schrijven.’
De fysiotherapeut, die de leeftijd heeft van mijn eigen zoons, trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Okeeee.’
Wat mijn doel is, wil hij weten. 
Aha. Daar heb ik over nagedacht. Een haalbaar doel moet het zijn. ‘Ik wil over twee maanden vijf kilometer kunnen lopen.’

Na de anamnese mag ik op de behandeltafel gaan liggen. De fysiotherapeut duwt op mijn knieën, tilt mijn onderbenen op, draait rondjes met mijn voeten, en komt tot de conclusie dat er iets mis is met de mediale collaterale band. De binnenband van mijn knie zeg maar. Die de boel een beetje op de plek houdt. Of met de meniscus. Of met allebei.
Hij frictioneert de pijnlijkste plek op mijn knie en vertelt dat hij binnenkort met een paar vrienden een estafetteloop gaat doen van 420 kilometer. De Halve van Haren doet hij er over in maart gewoon even bij, als trainingsloopje.
Ik krijg een paar oefeningen mee. Op één been voor de spiegel gaan staan en dan doorveren. Tien keer achter elkaar. Drie maal daags. En als het volgende week niet beter gaat, dan stuurt hij me door voor een echo.

Op één been gaan staan en doorveren. Ik heb geen idee hoe ik dat voor elkaar moet krijgen.

Delen:

Geef een reactie