suikerbrood met bruistablet

Mijn moeder heeft soms ineens last van pijn. In haar rug, haar been, haar voet. Botontkalking? We weten het niet. Ze krijgt een sterke pijnstiller. Tijdens onze vakantie in Drenthe merk ik hoe verschrikkelijk ze het vindt om pillen in te nemen. Ze spuugt ze gewoon weer uit. Die ene, de sterke pijnstiller, ik weet niet hoe hij heet, die is het ergst. Ze moet hem om vijf uur ’s middags innemen. We proberen het met appelmoes. Met vruchtenyoghurt. Heel rustig. ‘Neem maar even een hapje. Slik maar door.’ Het lukt niet. Ze wordt bleek, ze wordt onbereikbaar, ze valt bijna weg. Zo gruwelijk vies is het. ‘Gaat het weer, liefje? Kom maar, nu een hapje vruchtenyoghurt.’ Na de vakantie bespreken we de pil. Hij wordt geschrapt. Gelukkig.

Maar twee weken later krijgt ze weer pijn. Ze kan bijna niet meer lopen. Als ik vrijdagmiddag even binnenval, zit ze aan tafel met een boterham voor zich. Ze komt net uit bed, denk ik. ‘Neem maar een hapje,’ zegt Aline*, een van de verzorgenden. Mijn moeder neemt een hapje brood en spuugt het weer uit. ‘Neeee!’ zegt ze. ‘Dit is zo vies!’  ‘Het is die pil tegen de pijn,’ zegt Aline tegen me. ‘Ze krijgt er drie keer per dag een, en ze vindt het zo vies. Het is een bruistablet, maar ze wil het niet opdrinken. Daarom doe ik het maar op suikerbrood, met een hele dikke laag boter.’

Mijn moeder is al weer vergeten hoe vies de vorige hap was. Ze neemt nog een stukje suikerbrood. Omdat ze dat altijd zo lekker vond. Ze gruwt. ‘Nee,’ kermt ze. ‘Neeee.’ Ze kauwt en kauwt en ik kan het bijna niet aanzien. Ik doe een schep suiker in haar thee. ‘Hier, Willie. Drink dit maar.’ Ze neemt een slokje. Haar gezicht klaart op. ‘Hé, dat brood, is dat voor mij?’ Ze neemt weer een hapje. Valt stil. Het is te vies. Te bitter. De thee is op. Ik haal chocomel voor haar. En we overleggen of dit niet anders kan. Met een injectie. Of weet ik veel hoe. Het moet in 2017 toch mogelijk zijn om een pijnstiller op een andere manier te geven.

‘Ik ga het maandag met de dokter bespreken, zegt Aline. ‘Want het is verschrikkelijk om haar dit drie keer per dag te moeten aandoen.’ ‘Is dit voor mij?’ zegt mijn moeder, en ze wijst naar het suikerbrood.

 

*Aline heet niet Aline. Zij en de andere verzorgenden zijn fantastisch. Ze doen er alles aan om het leven van mijn moeder en haar medebewoners zo fijn mogelijk te maken. Maar Alzheimer is een gruwelijke ziekte.   

Delen:

Geef een reactie