Mannetjes met rollators

Iedereen doet allemaal lijstjes deze maand. Ik heb nog nooit een eindejaarslijstje gemaakt. Terwijl ik leef van de lijstjes. Er ligt een schrift naast mijn laptop met voor elke dag een lijstje met wat ik allemaal moet doen. Het lijstje voor gisteren en vandaag: vier verhalen voor NBG, twee verhalen voor Alef, twee verhalen voor Visie, een interview en de laatste stukjes hardloopboek. O ja. En de administratie. En hardlopen.
Ik kan best ook een keer een lijstje maken met wat ik gedaan heb in plaats van met wat ik nog moet doen.

Er waren twaalf boeken, dit jaar. Dat lijkt meer dan het is. De Babybijbel is het werk van Marieke ten Berge. Ik heb er de tekst en de liedjes bij geschreven. Voor de Basboekjes heb ik de verhalen bedacht en de gedichtjes geschreven, maar illustrator Marjolein Hund tekende de spreads. Voor het boek de Drieling heb ik de verhalen uit ‘ongelukje kan gebeuren’, ‘slaappoeder’ en ‘storm in bad’ bewerkt en een heleboel nieuwe verhalen geschreven, maar de basis was er dus al. Maar er was ook een novelle voor volwassenen. En de Salto Sultan: het eerste deel van een nieuwe serie voor de middenbouw van de basisschool. Een nieuw bijbels dagboekje voor kinderen. En het tiende en elfde deel van juf Fiep, die door het ijs zakt als ze een vos wil bevrijden, en die tijdens een brand van het dak wil bungeejumpen.

En er waren vertalingen: cadeautjes die je zomaar in de schoot geworpen worden. De Finse vertaling van de Zoekbijbel, de Duitse vertaling van het Decemberdagboek. Maar het coolst was wel dat Het geheime logboek van Topnerd Tycho uitkwam in het Engels: Science Geek Sam. Even had ik de hoop dat mijn zoons dan nu eindelijk… Maar nee. Een boek van je eigen moeder lezen, dat doe je niet. Ook niet als het in het Engels vertaald is.

 

 

 

 

Ik schreef verhalen voor de Visie en voor het NBG. En ik liep samen met Dick het Pieterpad. Wat was dat heerlijk. Zelfs in december.

 

 

 

 

 

 

 

En ik ging na vijftien jaar weer hardlopen. Eigenlijk alleen maar omdat ik de tekst voor het hardloopboek van Marijke ten Cate ging schrijven en ik vond dat ik het nog één keer een kans moest geven. Grappig, dacht ik. Als er iemand niet kan hardlopen, ben ik het wel. Maar het is net een virus. Het kreeg me te pakken. Ik raakte besmet. En nu loop ik drie keer in de week. Zo langzaam dat mannetjes met rollators me inhalen. Zo langzaam dat mijn man en zoon later weg kunnen gaan dan ik, vier kilometer meer lopen en mij vlak bij huis dan nog even voorbij komen sprinten. Maar toch. Ik word er een stuk blijer van. Alles goed en wel met dat schrijven, maar je moet wel een beetje gezond blijven natuurlijk.

Delen:

Geef een reactie