Love you, miss you – omslag & preview

In september komt ‘Love you, miss you’ uit. Een boek over Lynn, die ernstige astma en eczeem (en een vreselijke moeder) heeft, en die halverwege de brugklas voor een paar maanden moet worden opgenomen in de astmakliniek in Davos, Zwitserland.

Laat even weten welk omslag het moet worden, die met dat mutsje, of die met de duikbril!
(en ontdek de vreselijke fout in hoofdstuk 1).

1.
Het is natuurlijk al erg genoeg als je op de eerste schooldag door je moeder naar school gebracht wordt. Maar als je moeder er ’s morgens uitziet alsof ze haar vingers in het stopcontact heeft gestopt (coupe windhoos en restjes uitgelopen eyeliner van de vorige dag onder haar ogen), en als ze dan ook nog in een veel te bloot hemdje en een korte broek in de auto stapt, kun je maar één ding doen: heel hard hopen op een gigantische verkeersopstopping. Of een klein brandje halverwege. IETS, wat dan ook maar, waardoor je de school nét niet kunt bereiken. Mijn moeder is best aardig, maar ze heeft geen enkel idee van wat kan en wat niet kan. Als ik niet uitkijk, zou ze gewoon uitstappen en mee gaan, de school in. ‘Hallo, ik ben de moeder van Lynn. Kom jij ook in 1VB? Wat leuk, misschien kunnen jullie wel vriendinnen worden.’ Of nog erger: ‘Hey, Lynn, check it out. Wat een leuke jongen, daar, zie je die? Is dat niks voor jou?’
Ik zag het al helemaal voor me. Dus ik had een plan.
‘Je kunt me er hier wel uitlaten’, zei ik, toen we op de Singel waren.
‘Ben je mal’, zei mijn moeder. ‘Ik heb alle tijd van de wereld. Ik breng je gewoon tot school.’
‘Mam. Stop hier maar. Ik vind het lekker om een eindje te lopen.’
‘Lekker? Sinds wanneer vind jij het lekker om te bewegen!’
Mijn moeder remde af voor drie jongens die met z’n allen naast elkaar fietsten, rugzakken achterop, heel langzaam, alsof de weg van hen alleen was. En ze TOETERDE! Een van de jongens keek om. Ik sloeg mijn handen voor mijn gezicht. ‘Niet toeteren’, siste ik.
Maar mijn moeder toeterde gewoon nog een keer. Hard. Nu keken ze alledrie om, en ze lachten, en een van hen liet zich terugzakken, een lange jongen met slordig haar, dat verward was door de wind. O nee! Het was Aron. De vriend van mijn broer Tim. Die al bij ons thuis komt zolang ik me kan herinneren. Die vorige maand samen met Tim in de kerktoren is geklommen om de wijzers een uur terug te zetten. Op wie ik al meer dan een jaar verliefd ben. Zonder dat hij het weet, uiteraard. Ik ben voor hem niet meer dan een klein zusje.
Mijn moeder draaide het raampje open. ‘Hé!’ riep ze, met haar gezicht buiten het raam. ‘Aron! Heeft je moeder je niet opgevoed!’ (Aaargh! Laat het een droom zijn!).
Aron keek door het raampje naar binnen, en ik probeerde me zo ver mogelijk naar beneden te laten zakken, wat niet meevalt als je voorin de auto zit met een gordel om. ‘Hé, mevrouw Bouwman’, zei hij. ‘Hallo. Dit is een fietspad.’
‘Hoe kom je erbij!’ zei mijn moeder. ‘Dit is geen fietspad. Dit is de Singel.’
‘Nee, echt waar, u rijdt op het fietspad.’ Hij ging scheef hangen en tuurde de auto in. ‘Hé. Lynns. Waarom zit je zo raar?’
O nee o nee o nee. Hij had me gezien. ‘Ik ben mijn veters aan het strikken’, zei ik, maar Aron hoorde het niet eens. Hij fietste al slingerend voor ons uit en stompte een van zijn vrienden zo hard dat die tegen de stoeprand aan knalde en bijna van zijn fiets afviel.
‘Mam’, siste ik. ‘Dat dóe je toch niet. Ik sta helemaal voor gek.’
Mijn moeder schudde haar hoofd. ‘Hoe kom je erbij. Wat een onzin.’
‘Mag ik er uit? Ik wil niet dat je me bij school afzet.’
‘Dat hoort echt bij de leeftijd, dat je denkt dat iedereen op je let. Dat had ik vroeger ook. Maar laat ik je vertellen wat ik inmiddels heb ontdekt…’
‘Mam! Laat me eruit!’
Mijn moeder zuchtte en zette de auto aan de kant. ‘Heb je alles? Controleer nog even, Lynn.’
Ik gaf geen antwoord. Ik stapte uit, greep mijn rugzak van de achterbank, zwaaide hem over mijn rug en sloeg het portier dicht.
‘Je belt me als ik je moet halen, oké?’
‘Jaha.’
‘Of als er iets mis gaat.’
‘Ja. Doei.’
‘Jij ook bedankt.’
Mijn moeder stak haar hand op, toeterde nog een keer en sloeg de bocht om. Aron en de andere jongens draaiden zich om en zwaaiden naar haar, en ze vielen bijna van hun fiets van het lachen. Ik had mezelf met vuurwerk aan de dichtstbijzijnde lantaarnpaal willen binden en mezelf de ruimte in willen lanceren. Maar ik hurkte neer om de veters van mijn gymschoenen opnieuw te strikken, en toen ze om de hoek verdwenen waren stak ik de weg over en liep in de richting van het Vondelpad.

Het was al september, maar het was zo warm dat het nog zomer leek. De populieren ruisten hoog boven mijn hoofd, de merels floten, er fietsten een paar meisje voorbij met blote benen en mouwloze shirtjes en teenslippers, en de lucht rook naar gemaaid gras. Dit zou een nieuw begin zijn. Een nieuwe school, een nieuwe klas, waar niemand elkaar nog kende, waar niemand iets van mij wist. Op deze school zou alles anders zijn.
Ik liep het plein over, de trap op en duwde de zware deur open.
Bij de kapstokken stond een dikke grijze man met een woeste baard en geitenwollen sokken in sandalen, een kerstman in zomerkleren. Hij keek over zijn bril en zei streng: ‘Je mag hier niet in.’
‘Wat?’ zei ik, en ik keek om me heen.
‘Wat zegt u. Je mag deze deur niet gebruiken. Dit is de lerareningang.’
‘O’, zei ik geschrokken. De vorige keer, bij de voorlichtingsavond, waren we hier ook naar binnengegaan, en niemand had gezegd dat dat niet mocht. Ik draaide me om en ik wilde al teruggaan, de trap af, het plein weer over, op zoek naar een andere deur. Maar de kerstman hield de deur voor me open. Hij liep op klompen, zag ik. ‘Kom maar binnen. Op de eerste dag doen we niet zo moeilijk.’
Ik wilde al helemaal niet meer door die stomme deur naar binnen, ik kon heus wel even terug naar buiten om de goeie deur te zoeken, maar als ik weg zou lopen zou ik nog meer aandacht trekken, dus ik glipte snel langs hem zonder naar hem te kijken, en ging de aula in. Het leek wel een zee van kinderen, een gigantische school vissen, maar dan niet stil, maar heel hard pratend en lachend en schreeuwend. De jongens stonden in groepjes bij elkaar en maakten stoere grappen, en de meisjes bekeken elkaars agenda’s en wisselden msn-adressen uit.
En ze hadden op de informatieavond gezegd dat niemand elkaar kende! Dat het voor iedereen nieuw was. Maar dat was dus mooi niet waar. Iedereen hier kende al iemand. En iedereen had het reuze gezellig. Was ik hier wel op de goeie plek? Was ik niet toevallig in het verkeerde gebouw terechtgekomen, in het gebouw van de tweedeklassers? Had ik me toevallig een week in de tijd vergist? Ik had geen idee wat ik moest doen of bij wie ik zou kunnen gaan staan, dus ik liep al slalommend om groepjes kinderen naar de wc.
En toen zag ik Aron weer. Ik voelde mezelf warm worden. Wat deed hij hier? Hij hoorde hier helemaal niet te zijn! Er zouden deze week alleen maar brugklassers op school zijn, had onze mentor gezegd.
Maar Aron stond samen met zijn twee vrienden in het keukentje. Hij was in gesprek met de conciërge, en hij zei blijkbaar iets erg grappigs, want de conciërge barstte in lachen uit en gaf hem een klap op zijn schouder.
Neeeee! Als hij maar niet aan iedereen ging vertellen over die keer dat ik in het zwembad dook en mijn bovenstukje kwijt was geraakt. Of over de vakantie, toen ik met mijn slipper in de koeienpoep was gestapt en de stront tussen mijn tenen omhoog kwam. Of dat mijn moeder me naar school had gebracht.
Ik had me geen zorgen hoeven maken. Hij keek niet eens mijn richting uit.

Delen:

15 reacties

  1. Ik ben allang van het voorgezet onderwijs af, maar ben wel benieuwd naar het boek! Eerste hoofdstuk is gelijk al leuk. 🙂

    En is dit soms de fout?

    Bij de kapstokken stond een dikke grijze man met een woeste baard en
    geitenwollen sokken in sandalen, een kerstman in zomerkleren.

    Maar de kerstman hield de deur voor me open. Hij liep op klompen, zag ik.

    O, en ik vind beide omslagen mooi, maar ga denk ik toch voor die met de duikbril. Valt toch net iets meer op dan die met het mutsje.

    1. jaaaa, dat klopt, je bent de eerste die het ziet 🙂

  2. Loopt de kerstman op sandalen of op klompen? Die duikbril maakt nieuwsgierig. En bovenstaande ‘preview’ ook. Weten brugklassers van 2013 nog wat msn is?
    Succes met love you, miss you! Zal zijn weg in bibliotheekland zeker vinden.

    1. msn heb ik er inderdaad uitgegooid, dat is zooo 2005.

  3. Ik mis hier een ‘s’: “er fietsten een paar meisje voorbij met blote benen”. Het is wel fout, maar of het erger is dan sandalen i.p.v. klompen…
    Hij leest erg vlot, zeer herkenbaar. Maakt zeker nieuwsgierig.
    Ik hoor zeker niet tot je doelgroep maar ik vind foto1 leuker, directer.

  4. Ik vind de linker omslag, met het mutsje leuker. Dan geloof je eerder dat het realistisch is… En ik vind hem gewoon mooier 🙂 Ik ben trouwens 14 jaar.

  5. Klinkt super!
    Ik zou gaan voor de linker voorkant…

  6. Super leuk!!!

    Ik zou voor het mutsje kiezen!!!!

    Groetjes Lyanne

    1. die is het ook geworden, Lyanne

  7. Ik heb het boek nu zelf, echt superrrrleuk!!

  8. ik vind het een heel knap geschreven boek
    ik heb voor mijn leesleerling er een gedicht over geschreven

    1. hé, wat leuk! Mag ik m lezen?

  9. suppr leuk boek heb het voor mijn boekverslag gebruikt!!!

  10. ik moet voor mijn fictiedocee iets over het uitelijk van Lynn zeggen heeft u misschien tips??

  11. Ik ga het boek waarschijnlijk gebruiken voor mijn boekverslag maar ik heb nog een paar vraagjes.
    Uit welk jaar komt het boek?
    Hoeveel bladzijdes heeft het boek?
    Waar kan ik het boek kopen?

Geef een reactie