hoe ver rijden is het naar de maan?

Dat is de vraag die me in de nacht na het symposium ter ere van Het geheime logboek van Topnerd Tycho wakker deed schrikken. Heb ik nou echt al die arme kinderen –
Wacht. Eerst dat symposium. Het was niet te geloven, maar er kwamen dus echt honderden mensen op af. Gewoon, zomaar, op een donderdagavond in Amersfoort. Vaders en moeders, biologieleraren, wetenschappers, opa’s en oma’s, leerkrachten, studenten, theologen, journalisten, uitgevers en bijna alle redacteurs van Royal Jongbloed. Klaas van Kruistum was er, met zijn dochter (sorry dat ze onder de zwarte markeerstift zat, Klaas, ze had de sterrenstelsels tegen zich aan gedrukt), Reinier Sonneveld (maar hij kondigde wel aan dat hij weg zou rennen zodra zijn vrouw zou gaan bevallen), Cees Dekker (duh, co-auteur), Els van Dijk, de fantastische directeur van de Evangelische Hogeschool, wiskundige dr. ir. Fred Vermolen en zijn zoon Luca uit groep 6 (toekomstig bioloog), Janneke Burger. En John en Dorothee van boekhandel Speelboek waren er met een boekentafel.

CPs-oI4WwAEBuvV Er werd stevig, maar vriendelijk gediscussieerd onder leiding van Andries Knevel, maar daar weet ik verder niks van. Wetenschapsjournalist/bioloog René Fransen en ik gingen er met de kinderen uit zodra het serieus werd. Bij René konden de kinderen een augurkenlamp maken, ze konden door een microscoop naar pantoffeldiertjes kijken en water koken in een papieren pannetje. En bij mij maakten ze een opblaasbaar sterrenstelsel en lieten ze daarna hun heelal weer leeg lopen, of trapten het met een grote knal kapot. We hadden het over dino’s en over zonnevlammen, over of je kunt wonen op Saturnus (‘neehee! Gasplaneet!’ sisten de kinderen elkaar toe) en over de oerknal. Kon dat nou met de bijbel of niet? ‘Het heeft er misschien niet zo heel veel mee te maken,’ zei een meisje met lange blonde vlechten. ‘Maar zijn er hier meer kinderen die ook hoogbegaafd zijn?’

We deden een quiz. De supernerdquiz.
‘Als je met de auto naar de maan rijdt,’ zei ik, ‘en je rijdt duizend kilometer per dag – hoe lang doe je er dan over: 54 dagen of 400 dagen?’ En alle kinderen die 400 dagen zeiden, moesten van mij weer gaan zitten, want die hadden het fout. Dat ruimde lekker op, want dat was bijna iedereen.
Helemaal na afloop – alle ballonnen waren kapot, en de meeste kinderen speelden het gevaarlijke hangbrugspel, waarbij ze over stoelen liepen en zich aan elkaar vast moesten houden om niet tussen de gaten te vallen – kwam er een jongen naar me toe. ‘Maar ik heb gelezen dat de afstand naar de maan 400.000 kilometer is,’ zei hij.
O nee.
Hij had helemaal gelijk.
Natuurlijk. Ik wist het ook wel, maar er zaten zoveel getallen in mijn hoofd (40.000, 13,8 miljard, 150 miljard, 100 miljoen) dat ik TOTAAL de kluts kwijt was. Het spijt me vreselijk. Nou zie je maar weer. Zonder Cees Dekker ben ik nergens.
Als jij er nou bij was, en je bent ten onrechte gediskwalificeerd – stuur me dan even een mailtje. Onder de inzenders verloot ik twee prijzen.

O ja. En hier een verslag in het RD, en hier in het Nederlands Dagblad. Met foto’s van Jaco Klamer!

CPsCMr0UYAAEO2n CPrswhnUkAAnLTU 12009655_909827792444337_9106253847650377847_n IMG_7345

 

CPr7BFfUkAA7CiE

 

Delen: