dag moedertje

Er was maar zo weinig van haar over. De Alzheimer had niet alleen haar geest maar ook haar lichaam uitgehold. Elke keer als ze ziek werd waren we bang dat het teveel zou zijn, dat haar lichaam het niet meer aan zou kunnen. Maar de dag erop zat ze dan weer in de woonkamer met een bord pap en een beker thee, opgewekt en dankbaar. Tot drie weken geleden. Ze kreeg koorts, ze raakte verward, ze was angstig en onrustig. We zagen haar achteruit gaan. De woorden kwamen niet meer. Ze kon niet meer zeggen wat het was, ze kon niet meer aanwijzen waar de pijn zat.
We overlegden met de dokter. Ze kreeg morfine. De volgende ochtend was ze zo rustig, zo blij, zo dankbaar. ‘Ik houd van je,’ fluisterde ze toen ik bij haar kwam. ‘Tot ziens.’
In de dagen erna ging ze snel achteruit. Ze sliep steeds meer. Mijn zusje sliep bij haar, vier nachten lang. En overdag waren wij er, mijn vader, mijn broers, mijn zus en ik. We draaiden de muziek waar ze van hield, we zongen de liedjes die ze als kind geleerd had. Veilig in Jezus’ armen. De Heer is mijn herder. ‘Ga maar,’ zeiden we, en eindelijk ging ze.
De sterke vrouw die als meisje de oorlog meegemaakte, die na het gymnasium niet mocht studeren, hoe graag ze dat ook gewild had, maar die bij uitgevers ging werken, steeds verantwoordelijker werk kreeg en later in de redactie van Prinses terechtkwam. Die maandenlang als au pair in de Franse Pyreneeën werkte, die al schrijvend haar studerende man en drie kleine kinderen wist te onderhouden. De moeder die het belangrijker vond om ’s middags bij te praten met haar man dan om het eten op tijd op tafel te zetten. Die vergat om de was te doen en om te stofzuigen, maar die de meest fantastische vakanties organiseerde. De vrouw die met haar man de wereld over reisde en haar kleinkinderen opzocht tot in Indonesië. Ze is ons alvast vooruit gereisd.

 

 

 

 

 

 

Delen: